Vanochtend op het Taksimplein, stapten er drie jongens uit een bus. Terwijl ze druk in gesprek waren, trok een meneer die een paar meter verder op liep, hun aandacht. Hij liep met een doedelzak in zijn hand. Het leek of ze alle drie aan het zelfde dachten en twijfelden geen seconde. Ze liepen op hem af en vroegen of hij op zijn doedelzak wilde spelen.

Voordat ik het wist stonden de drie jongens hand in hand hun folklore uit te voeren. Het was meteen duidelijk dat ze uit het Zwarte Zee gebied kwamen, waarvan de dans erg snel is en de schouders en voeten op een manier bewegen wat gezien kan worden als kunst. De man met de doedelzak was helemaal in zijn element en de jongens begonnen er nog bij te zingen. Er kwamen mensen om de jongens heen staan, er gingen er een paar mee dansen en binnen een paar minuten hadden ze een spontaan feestje georganiseerd, wat ongeveer een kwartier heeft mogen duren. Een van de jongens keek tijdens het dansen op zijn horloge. “Jongens we moeten gaan, onze les begint zo, we zijn te laat!” Rugzakken werden opgeraapt en weg waren ze.

Ze luisteren hier niet alleen naar muziek, ze leven het ook. Maakt niet uit hoe rot, gefrustreerd of moe ze zich voelen, voor het dansen maken ze tijd. De tijd maakt ook niet uit. Als je bent gaan stappen en je loopt om drie uur ‘s nachts met je vrienden (alleen moet je dat niet doen) op Istiklal, zie je altijd in een hoekje een oude man zitten die op een klein houten viool speelt, wat ook afkomstig is uit het Zwarte Zee gebied en waarop de zelfde snelle dans wordt gedanst. Dan zie je hele groepen met elkaar dansen zonder de ander te kennen. Dan heb je al gefeest met je vrienden, maar op weg naar huis, dans je nog met een groep van vijftig alsof je op een Turks bruiloft bent, en je loopt verder naar huis.

Helaas is dat niet het enige wat je ziet op Istiklal. Terwijl de jongeren aan het dansen zijn op traditioneel muziek, zit een paar meter verderop een twaalf jarige jongen op zijn blokfluit te spelen, kom je een oud omaatje tegen die op een stukje karton zit en haar hand uitsteekt en lopen de zwerfhonden langs die op zoek zijn naar voedsel. Dat is Istiklal.

Maar toch, om positief te eindigen, geeft het mij als Nederlandse Turk, een goed gevoel om de Turkse cultuur van zo dichtbij mee te maken. Het is eigenlijk een heel gezellig cultuur. Zang, dans, lekker eten..
Misschien is het ook een manier voor ze om alle stress te vergeten. Als de frustraties van het volk ook zouden minderen, dan kun je in dit land nergens meer heimwee naar hebben.